

In een vrouwen-interneringskamp op Sumatra, in Palembang, hebben twee vrouwen, Margaret Dryburgh en Norah Chambers, in 1942 een 'stemmenorkest' samengesteld, dat verschillende orkestrale werken met het geluid van hun stemmen tot leven bracht.
Er waren geen muziekboeken in het kamp, maar Margaret Dryburgh had een geweldig muzikaal geheugen en waar zij zich het niet meer herinnerde, wist Norah Chambers de muziek aan te vullen. Zij schreven de arrangementen voor vierstemmig koor met potlood zo klein mogelijk op vodjes papier. Zo kregen werken van Schubert, Dvorák en Chopin, die gecomponeerd waren voor instrumentale uitvoering, een heel bijzondere vorm die kracht gaf aan de zangeressen en de toehoorders.